ggc-library
    Preparing search index...

    Opties voor het configureren van een tekeninteractie. Wordt meegegeven aan startDraw, startModify en startMove.

    Een aantal opties kan ook achteraf voor reeds afgeronde tekeningen worden toegepast via resetDrawStyle: showSegmentLength, showTotalLength, showArea, areaM2ToTextFunction en validators.

    interface DrawOptions {
        areaM2ToTextFunction?: (area: number) => string;
        centerDraw?: boolean;
        maxPoints?: number;
        showArea?: boolean;
        showSegmentLength?: boolean;
        showTotalLength?: boolean;
        trace?: boolean;
        traceSnapTolerance?: number;
        traceSourceId?: string;
        validators?: ValidationFunction[];
    }
    Index

    Properties

    areaM2ToTextFunction?: (area: number) => string

    Overschrijft de standaardweergave van oppervlaktelabels bij het tekenen van polygonen.

    Type Declaration

      • (area: number): string
      • Parameters

        • area: number

          Oppervlakte in m².

        Returns string

        Weer te geven tekst voor het oppervlaktelabel.

    centerDraw?: boolean

    Activeert tekenen via het middelpunt van de kaart in plaats van met de muis of touch-events.

    maxPoints?: number

    Het maximale aantal punten van het object. Bij het bereiken van het maximum wordt de tekening automatisch afgerond.

    showArea?: boolean

    Toont de oppervlakte van het polygoon tijdens en na het tekenen.

    showSegmentLength?: boolean

    Toont de lengte van elk afzonderlijk segment tijdens en na het tekenen.

    showTotalLength?: boolean

    Toont de totale lengte van alle segmenten samen tijdens en na het tekenen.

    trace?: boolean

    Schakelt trace-functionaliteit in tijdens het tekenen.

    Wanneer deze optie op true staat, kan de gebruiker bestaande geometrieën volgen (tracen) tijdens het tekenen van een nieuwe feature. Dit is handig om nieuwe geometrieën nauwkeurig uit te lijnen met bestaande objecten.

    false
    
    traceSnapTolerance?: number

    De snapping-tolerantie (in pixels) bij tracing.

    12
    
    traceSourceId?: string

    De ID van de vector source die gebruikt wordt voor tracing.

    Wanneer tracing is ingeschakeld (trace: true), bepaalt deze optie welke bron de features bevat die gevolgd kunnen worden tijdens het tekenen.

    validators?: ValidationFunction[]

    Een array van validatiefuncties die het getekende object controleren.